NL | FR

banner

Hier publiceren naar  inoxgebruikers?

Mail naar info@inoxexpert.be

 


AUSTENITISCHE roestvaste staalsoorten

Algemene bespreking

The austenitische roestvaste staalsoorten verlenen hun naam aan de microstructuur van de legering. Ze worden vaak aangeduid met hun legeringselementen zoals 18-8 of 18-10 roestvast staal. Hun populariteit verlenen ze aan hun goede tot uitstekende corrosiebestendigheid, hun hoge ductiliteit alsook éénduidige lasparameters.

Net zoals de ferritische roestvaste staalsoorten kunnen de austenitische roestvaste staalsoorten niet gehard worden door snel af te koelen. De nikkel stabiliseert namelijk de austenietstructuur waardoor deze microstructuur stabiel blijft tot -200°C. Dit is meteen ook de reden waarom de austenitische roesvaste staalsoorten niet verbrossen bij extreem koude temperaturen (tot -200°C) voor cryogene toepassingen worden dan ook altijd de austenitische roestvaste staalsoorten verkozen.

Toch kan er in bepaalde omstandigheden martensiet gevormd worden bij hoge en snelle vormgevingsprocessen. De gevoeligheid voor deze fase hangt af van de legeringselementen en onzuiverheden.

De austenitische roestvaste staalsoorten worden ingedeeld naargelang hun legeringselementen. Volgende figuur verduidelijkt de invloeden van de legeringselementen vertrekkende vanuit de basislegering AISI 304 of EN 1.4301. De legeringselementen dienen gekozen te worden in functie van de finale toepassing van het materiaal.

Figuur 1: Invloed van de legeringselementen op mechanische en fysische eigenschappen van de austenitische roestvaste staalsoortlegering. Vertrekpunt is de meest courant legering AISI 304 of DIN1.4301

Net zoals bij de ferritische en bij de martensitische roestvaste staalsoorten wordt hier ingegaan op het fasediagramma. Het verhaal is hier echter complexer daar er twee belangrijke legeringselementen aanwezig zijn, chroom en nikkel. Toch geeft de volgende figuur een duidelijke schets. Als de hoeveelheid aan legeringselementen (Chroom+Nikkel) constant blijft op 28% dan toont de grafiek aan dat naarmate er meer nikkel en minder chroom in het staal zit de austenietfase stabiel is. Naarmate er meer chroom en minder nikkel gelegeerd wordt wordt de ferriet fase stabiel. Chroom is namelijk een ferrietpromotor en Nikkel een austenietpromotor. Meer uitleg over de invloed van de legeringselementen op de microstructuur vind je onder de rubriek LEGERINGSELEMENTEN. Het is dus duidelijk dat bij een austenitiche roestvaste staaslsoort de hoeveelheid chroom niet kan opgedreven worden zonder ook extra Nikkel (of een andere austenietpromotor zoals mangaan) aan de legering toe te voegen.

Figuur2: Austeniet fasediagram voor een constante hoeveelheid aan legeringselementen (= de som van Nikkel en Chroom blijft constant.)