banner

Hier publiceren naar  inoxgebruikers?

Mail naar info@inoxexpert.be

 


WERKEN MET INOx (later meer)

Lassen

De drie belangrijkste parameters voor een goede las zijn

  1. Het basismateriaal
  2. Het lasmateriaal (vb. laselektrode)
  3. Het lasprocédé

Wat betreft het lasmateriaal is de regel dat de samenstelling van het lasmateriaal nauw aansluit bij de chemische samenstelling van het te lassen basismateriaal. Zo wordt bijvoorbeeld AISI 304L (18%Cr; 8%Ni) gelast met legering 308L (19%Cr, 9%Ni). In het algemeen is het lasmateriaal iets hoger gelegeerd dan het basismateriaal om problemen te vermijden.

Een belangrijk verschil echter tussen het lasmateriaal en het basismateriaal is dat het lasmateriaal minder onzuiverheden heeft (zwavel, fosfor) om het risico op warmscheuren te vermijden. Om de kans op scheuren nog terug te dringen wordt ervoor gezorgd dat de samenstelling aanleiding geeft tot 5% ferrietfase. Deze ferrietfase herbergt de onzuiverheden en verhindert dat de las bros wordt.

Doch is deze ferrietfase niet altijd toegelaten daar dit aanleiding geeft tot een versnelde corrosie in volledig austenietlegeringen. Voor deze legeringen dient het lasmateriaal zeker vrij te zijn van onzuiverheden. Een extra aan mangaan en een reductie van de siliciumhoeveelheid kan verder helpen warmscheuren te vermijden.

 

304

316

321/347

 

Lasprocédé

TIG/MIG/MMA en SA

TIG/MIG/MMA en SA

TIG/MIG/MMA en SA

 

Filler material

19.9.L (308L)

19.12.3.L (316L)
19.12.3.Nb (318)

19.9.Nb (347)
19.9.L (308L)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

EN 12072 en AWS A 5.4

LATER MEER